Login Form

Puzzel van de dag


Het pennenbakje

Een kwartier na aanvang van de voor ons beslissende wedstrijd om het kampioenschap begonnen de spelers van Amersfoort 4 binnen te druppelen. Ze zagen er uit als geslagen honden: gebogen hoofden, smoezelige regenjackjes, ongepoetste schoenen. Ze zouden hier liever niet zijn. Niemand kwam hier om lekker vrijuit een potje te spelen, nee, er was alleen een gifbeker die leeggedronken moest worden. Zuchtend bewogen ze zich richting schaakbord. Waar moet ik zitten? De witte koning moet toch op een wit veld? Hebben jullie een pennenbakje? “EEN PENNENBAKJE??” bulderde Piet, die er toen al schoon genoeg van had, “NEE, WE HEBBEN GEEN PENNENBAKJE!!! DAAR DOEN WE HIER NIET AAN! WIJ NEMEN ZELF ONZE PEN MEE!!!” Het laatste sprankje moed zonk de Amersfoorters in de schoenen. “Geen pennenbakje, ook dat nog.” Ik meende een gesmoorde snik te horen.

Ik was als eerste klaar. De partij duurde ruim 3 en een halve minuut, maar dat kwam vooral omdat ik uit beleefdheid extra lang nadacht. Na 9 zetten theorie kwam de eerste blunder, 4 zetten later de tweede. Overlopend van zelfhaat gaf mijn tegenstander direct op. Zijn koffie was nog warm, zijn koekje lag er nog. Ik durfde niets te zeggen.
Spannend werd het dus niet. Gerard won vanuit de opening een pion, daarna een stuk en zette toen zijn tegenstander maar snel mat. Riks tegenstander liet een enorme positionele fout vergezeld gaan van een remise aanbod want hij moest de volgende dag solliciteren. Rik liet hem lekker vroeg naar huis laten gaan, maar wel met een nul natuurlijk. Henks tegenstander maakte een tijdje schijnbewegingen op de koningsvleugel, maar toen Henk daar genoeg van had maakte hij de partij met een paar harde klappen op de damevleugel uit. Vincent speelde een puike partij. Goede opening, pionwinst, stellingswinst en mat. Joop deed ongeveer hetzelfde, maar zijn tegenstander gaf met een pion en stuk minder ‘tijdig’ op. Nick liet zijn tegenstander bijna winnen, maar die durfde Nicks remise aanbod niet af te slaan. Freek heeft een klein hartje, dat bleek maar weer. Hij gaf zo maar een toren weg, maar deed alsof zijn tegenstander (die van het pennenbakje) een ingewikkelde combinatie briljant weerlegde. Schitterend gebaar van zo’n jonge knul, toch?

We zijn kampioen! Het bier vloeide rijkelijk tot Joop hoorde dat zijn zoon met een armbreuk in het ziekenhuis lag. Dat drukte de feeststemming wat. Laten we volgend jaar maar nog een keer kampioen worden, dan vieren we het echt, ok?

 
Gerard Rill