Login Form

Puzzel van de dag

Terugblik naar de toekomst
 
 

Het eerste team van Houten is na een aantal jaren van verval eerste geworden en gepromoveerd naar de 1-e klasse onderbond. Wat betekent dat? Hebben we het lek boven en gaan we voort op de weg naar boven? Of is er sprake van een tijdelijk opleving en zijn we nog ver verwijderd van een stevige balans?
 
Laten we eens wat individuele prestaties bekijken:
 

Naam speler Interne score Open KH Externe score Totaal percentage
Gerard Rill 2 uit 2 6 uit 7 7 uit 8 88%
Gerard Vernooij 12,5 uit 16 3,5 uit 7 8,5 uit 9 77%
Vincent Verstege 8 uit 11 3,5 uit 7 5 uit 5 72%
Freek Busstra 10,5 uit 14 4 uit 7 6 uit 8 71%
Rik Vos 12 uit 17 5,5 uit 7 5 uit 8 70%
Nick Hill 14,5 uit 21 4 uit 7 7 uit 9 69%
Henk Struikmans 4,5 uit 9 2,5 uit 6 4,5 uit 6 55%
Joop Jentink 7,5 uit 17 4 uit 7 5,5 uit 8 53%
Benjamin Makkes vd Deijl 1,5 uit 3 1 uit 6 3 uit 5 39%


Dit zijn de vaste spelers van het eerste team, aangevuld met Vincent die 5 keer in viel (en 5 keer won!). Freek Busstra is de interne kampioen, met neuslengte voorsprong op Nick Hill. Gerard Vernooij was de beste externe speler, in een team waar iedereen ruim boven de 50% scoorde,
 
Wat zegt deze tabel behalve dat Gerard een goede voornaam is? Om te beginnen zien we dat de ouderen terrein verliezen. De Gerards houden het redelijk vol, maar Joop, Henk en in zekere zin ook Nick voelen de hete adem van de jongeren in de nek of kijken hen al in de rug. Benjamin speelt helaas te weinig om vergaande conclusies te trekken. De jongeren in bovenstaande tabel zijn Freek en Rik natuurlijk. Maar ook (oudere jongere) Vincent en de (jongere) jongeren Reimer Weits (13 uit 20 intern), Dieuwe Bosch (11 uit 21 intern) komen eraan. Dat de jeugd doorbreekt is absoluut goud waard en een enorme pluim voor onze jeugdopleiding. Maar hoe nu verder? Hoe kunnen we dat we de stijgende lijn vasthouden? Juist: investeren in de jeugd, onderwijl de ouderen prikkelen die jeugd bij te benen! Laat ik een voorzet geven via een korte analyse per speler, te beginnen met de jeugd.
 
Freek Busstra
 
Freek is clubkampioen! Met slechts twee verliespartijen (tegen Rik en Gerard V in de eerste helft van het seizoen) en een positieve score tegen praktisch al zijn concurrenten is hij een verdiende kampioen. Extern deed Freek het ook uitstekend met 6 uit 8 en op het OKH had hij eigenlijk ook een nette score gezien de sterke tegenstand. Freek is een speler in ontwikkeling en wisselt dus sterke partijen af met soms onbegrijpelijke nederlagen. Over voor de hand liggende zetten denkt hij soms erg lang na, terwijl hij in cruciale stellingen à tempo verregaande beslissingen neemt. Freeks grote kracht
is zijn gevoel voor initiatief en de tactische mogelijkheden in een stelling. Dan is hij levensgevaarlijk voor iedereen, ook voor de – op papier – sterkere schakers.
 
Mijn belangrijkste advies zou zijn: werken aan het openingsrepertoire, met het accent op de overgang naar het middenspel. Daar kan de timing verbeteren.
 


Rik Vos
 
Rik heeft het afgelopen seizoen een enorme sprong gemaakt. Ik schat dat hij in een jaar tijd200 ratingpunten sterker is gaan spelen. Hoe heeft ie dat geflikt? We moeten het misschien aan hem vragen maar wat ik zelf zie is: groter concentratievermogen, met meer zelfvertrouwen achter het bord en een optimistische houding wanneer hij in de problemen is. Vooral dat laatste is belangrijk omdat zijn openingsrepertoire nog wel wat gammel is. Hij maakt op mij bijv. indruk in zijn partij tegen Niels Hendrikx tijdens het OKH. Niels had duidelijk meer kennis en ervaring met de opening, maar in het middenspel pakte Rik zijn kansen en kreeg winnend voordeel. Dat hij dat dan nog niet verzilvert tegen een sterke speler is niet zo erg, dat is slechts een kwestie van tijd. Af en toe kun je zien wat voor een sterke speler hij gaat worden.
 
 
 
Grappig is dat Riks verbeterpunt dezelfde is als van meer jeugdspelers (bijv. Freek): timing. Op welk moment moet ik tijd nemen (ook letterlijk) en even consolideren, en op welk moment moet ik doorpakken en een tijdelijk voordeel omzetten in een permanent voordeel? Daar kan (en zal) aan gewerkt moeten worden!
 
Vincent Verstege
 
Ik heb een tijdje gevreesd voor het schaakleven van Vincent. Van talentvol speler zag je hem langzaam wegzakken tot een wat mismoedige eeuwige belofte. Ze zeggen dan ook wel: hij kreeg andere prioriteiten. Hij bewees mijn ongelijk in het afgelopen seizoen. Een keurige score in alle competities met een 5 uit 5 in het eerste brengt hem weer terug aan de top. Opvallend is dat hij geduldiger is geworden, de neiging om de partij zo snel mogelijk op scherp te zetten en te winnen is verdwenen. Hij rokeert in de opening, bouwt zijn stelling rustig en neemt de tijd om zijn voordeel te verzilveren. Misschien toch een stukje ouder geworden! Verbeterpunten: de neiging om ongemerkt in een passieve stelling te raken (waar is het tegenspel?), teveel verschillende openingen proberen zonder er ooit één echt te leren en tijdgebruik. Ik ben benieuwd hoe hij zich gaat ontwikkelen.
 
Nick Hill
 
Nick is natuurlijk al jaren één van de vaste toppers in de vereniging. Dat vaste zit hem vooral in zijn zeer solide speelstijl: een rustige en weinig ambitieuze opening, geen gekke dingen doen in het middenspel en wachten op een fout van de tegenstander. Petrosjan is er wereldkampioen mee geworden en als Nick niet heel sportief Freek in de slotronde van de interne een kans had gegeven, was hij zonder de slotronde te spelen gewoon clubkampioen geworden. Opvallend was dat Nick tegen het eind van het seizoen tekenen van frivoliteit (!) begon te vertonen. Openingetje uit de losse pols, partij lekker scherp opzetten en in no time de tegenstander knock out slaan. Ook in vluggertjes zag je deze nieuwe Nick sterk uit de hoek komen met als resultaat het clubkampioenschap snelschaken! Misschien realiseert Nick zich dat als hij de jeugd achter zich wil houden, hij zijn speelstijl moet ontwikkelen en aan zijn verbeterpunten moet werken. Verbeterpunten zijn mijns inziens: de natuurlijke zet spelen i.p.v. de veilige zet, de overgang van een behoudende opening naar activiteit (tegenspel!) in het middenspel en tijdgebruik. Het zou kunnen dat mijn verbetervoorstellen al lang door hem zijn onderkend en hebben geleid tot een “nieuwe Nick”, maar dat is even afwachten.
 
Gerard Vernooij
 
Ook Gerard behoort al jaren lang tot de harde kern van het eerste team. Gerard kan erg sterk uit de hoek komen in de opening, kan een middenspel waarin hij het initiatief heeft erg goed spelen en is terecht gevreesd voor zijn eindspeltechniek.
 
 
 
Gerards grootste probleem is consistentie: openingen mislukken ook wel eens vreselijk en hij kan vastlopen in een strategisch middenspel. Ook zie je hem wel eens op onverwachte momenten materiaal blunderen en een avond ploeteren op een verloren stelling. Hoe werk je aan consistentie? Mijn tips zijn: fris achter je bord komen met een beperkt maar goed doortimmerd openingsrepertoire (die van Gerard is soms erg breed) om tijd en energie in de opening te sparen, focussen op het middenspel en impulsieve ondoordachte zetten vermijden.
 
Joop Jentink
 
Joop heeft alles wat schaaktalent tot volle wasdom kan brengen: gezond verstand, een nuchter soort creativiteit, pragmatisme, een ijskoud zenuwgestel en de wil om te werken aan je opening en andere technische tekortkomingen. Hoe komt het dan hij overvleugeld dreigt te worden door de jeugd en andere zeker niet meer getalenteerde schakers. Hij lijkt soms minder scherp en alert door zijn eigen opening succes: alsof het stellingsvoordeel dat hij heeft bereikt tot zijn eigen verrassing niet automatisch tot opgave van zijn tegenstander leidt. Joop heeft iets nodig dat hem tart en dwingt verder te gaan dan hij van nature zou doen. Hij heeft een uitdaging nodig. Joop zou met zijn ijzeren zenuwen en sterke rekenkracht de ideale aanvalsspeler zijn. Ik heb hem al een aantal prachtpartijen op die manier zien winnen. Misschien eens nadenken over wat scherpere openingen? Geen Engels en Frans maar Koningsgambiet en Siciliaans? Nog eens even over doordenken maar!
 
Henk Struikmans
 
Als “voormalig” topspeler is Henk nog altijd een geduchte tegenstander op het schaakbord. Henk heeft alles gezien, alles meegemaakt, hem maken ze niet meer gek. Gewoon een lekker potje schaken en de uitslag is niet echt relevant. Ik hou van Henks openingskeuze, altijd de hoofdvariant, want dat is het leukst. Af en toe mist hij de natuurlijke zet wel eens maar dat leidt tot niet meer dan een brede grijns op zijn gezicht. Kan zo nog heel lang mee.
 
Benjamin Makkes-van der Deijl
 
Benjamin houdt van grootse en meeslepende partijen. Soms lukt dat prachtig en kijken we met open mond naar zijn verrichtingen, maar steeds vaker kijkt hij zelf hoofdschuddend naar zijn eigen mislukkingen. Gebrek aan focus en tijd, denk ik. Hij kan veel meer dan hij momenteel laat zien. Laten we hopen dat het heilige vuur terug keert bij hem.
 
Gerard Rill
 
Aan het eerste bord speelde ik een redelijk seizoen. Het valt niet altijd mee om een op papier mindere maar tot de tanden gemotiveerde speler te vloeren. Onderstaand fragment komt uit een typerend verlopen partij: goed uit de opening, foutje in het middenspel, nauwkeurig verdedigd en een iets beter eindspel op het bord.
 
Het eerste team
 
Het eerste overziend zie ik een paar duidelijke algemene verbeterpunten, die wellicht verder gaan dan ons eerste team en die typerend zijn voor spelers op ons (rating)niveau.
1.     Speel de natuurlijke zet
Dit klinkt nogal triviaal, maar velen van ons denken dat  ze de partij in de opening moeten winnen, of omwille van de sterke of zwakke tegenstander de stelling moeten sluiten of juist open gooien. Nee, niet doen: de stelling zelf vraagt om een zet, niet de tegenstander of de omstandigheden. Het is zaak om die ene zet te vinden en allerlei drogredeneringen of vage vermoedens uit te schakelen. Het helpt hierbij om naar zetten te zoeken die een concrete dreiging hebben of een reactie vragen, dat maakt het uitrekenen van die zet veel gemakkelijker dan een minder concrete positionele zet.
2.     Zorg voor tegenspel
Vaak leiden irrationele angsten tot passieve stellingen. Passieve stellingen leiden tot verlies. Vooral in de opening is het cruciaal om een stelling te produceren die in het middenspel tegenspel biedt. De pionnenstructuur is hierbij van groot belang en kan verstrekkende gevolgen hebben.
3.     Maak je stukken actief
Deze hangt samen met 1 en 2, maar is zo belangrijk dat hij een aparte vermelding verdient. Een stuk gereedschap dat je in de kast laat liggen gaat je niet helpen om de klus te klaren. Ontwikkel je stukken daarom en zet ze op actieve velden, en blijf dat de gehele partij (ook in het eindspel) aandacht geven. Zo kan een veranderde pionnenstructuur een andere positionering van je stukken noodzakelijk maken. Ook als je even niet weet wat te doen is de simpele vraag welk stuk het niet maar zijn zin heeft een erg nuttige: praat met je stukken!
 
Samenvattend
 
Het ligt voor de hand om als team te werken aan de verbeterpunten. Dat kan alleen als er voldoende belangstelling is. Mijn voorstel is om de jeugd als uitgangspunt te nemen en samen met de spelers van het eerste aan het werk te gaan. Elk lid van onze club is uiteraard van harte welkom tijdens deze trainingssessies, maar de inhoud wordt bepaald door de jeugdspelers en de leden van eerste team. Dat kan goed op de daarvoor beschikbare maandagen van 19:00-20:00. Kan het bestuur deze handschoen oppakken?
 

 
Gerard Rill