Begin mei was de laatste ronde van de regionale externe competitie. We spelen in Hoofdklasse D. Waar we vaker heen-en-weer gingen tussen hoofdklasse en eerste klasse, dachten we ons dit jaar goed te kunnen handhaven. Maar richting het einde van het seizoen kwam de klad er een beetje in. En met nog 1ronde te spelen was er een hele bijzondere en spannende tussenstand. Twee teams stonden duidelijk bovenaan, maar de overige 6 teams waren aan elkaar gewaagd. Er waren 2 teams met 5 matchpunten, en maar liefst 4 teams met ieder 4 matchpunten. Wij hadden 4 matchpunten maar bungelden op basis van bordpunten helemaal onderaan. Een van de andere 4-punters (Giessen en Linge) moest tegen gedoodverfde kampioen Woerden, dus die zouden wel op 4 punten blijven steken. En we moesten tegen Zeist en die hadden 5 matchpunten. Bij winst zouden we ons zeker handhaven, maar bij een gelijkspel? De rekenmeesters konden nog geen uitsluitsel geven en het verloop van de avond moest in de gaten worden gehouden.
Dat betekende dus alle hens aan dek! Joost heeft de laatste tijd niet veel gespeeld en stond zijn plek graag af aan aanstormend talent Sven. En uw teamleider moest praten als hoofdconducteur om Jan de Jonge mee te laten spelen. Was dat belangrijk? Spoiler-alert: ja.
De wedstrijd was spannend. Vincent kwam halverwege de avond vragen of hij remise mocht aanbieden. Maar we stonden er net zo rooskleurig voor dus hij moest nog even door. Peter kreeg een aanval over zich heen, ook Johan was in de verdediging gedrongen door een aanvallende speler, Freek kon nog alle kanten op, Luuk was nog maar net begonnen omdat zijn tegenstander maar niet kwam, er uiteindelijk iemand is gaan bellen, en hij na 3 kwartier alsnog kwam opdagen, Jan had een rustige stelling, Joop een voor hem bekend soort stelling, en Sven stond wat onder druk van een tegenstander die met penningen materiaal wilde winnen. Al met al niet het beeld om je gerust bij te voelen.
Peter kwam op bord 1 normaal uit de opening. In onderstaande stelling speel ik Pd4. Dat leek mij een normale zet: paard naar het centrum, …b5 kan niet omdat Pc6 dan hangt. Dus zwart speelde Dc7 en kwam daarna alsnog met …b7-b5-b4 opzetten. De witte opzet is te langzaam en ik werd knap van het bord geschoven.
Johan op bord 2: mijn tegenstander offerde na de opening eerst een pion vervolgens een kwaliteit. Objectief niet goed, maar ik reageerde niet goed en kreeg allerlei vervelende dreigingen tegen en kwam slecht te staan. Gelukkig ging wit in de fout toen ik een tegendreiging creëerde en door de kwaliteit terug te geven wist ik dames te ruilen. Wit moest in het resterende eindspel oppassen voor mijn vrijpion. Maar dat deed dat hij correct en door zetherhaling eindigde de partij in remise.
Freek had op bord 3 weer een mysterieuze partij. Hij won wel.
Voor Luuk op bord 4 begon deze wedstrijd wat vreemd, gezien hij geen tegenstander leek te hebben. Na een halfuur wachten toch maar eens aan tegenpartij gevraagd of mijn tegenstander nog zou komen. Na een belletje was hij onderweg, en ongeveer 45 min na originele aanvangstijd kon de partij dan daadwerkelijk beginnen.
Al na enkele zetten moest ik lang nadenken:
In dit middenspel heeft wit een gebroken pionnenstructuur, maar zwart een ontwikkelingsachterstand. Nadat ik 12. Bf6 Bxf6 13. Nxf6+ Ke7 14. Ne4 Bf5? speelde, dacht ik dat wit voor Pd6 zou gaan, met dreiging op b7 en f5, maar wit koos voor 15. Ld3?!, waarna ik de keus had om te ontwikkelen of een paard tegen loper eindspel in te gaan. Ik koos voor dat laatste omdat ik dacht de pionnen van wit tegen te kunnen houden en mijn paard de loper van wit zou domineren.
Na 15. Bd3 Bxe4 16. fxe4 is de partij echter in evenwicht. Na een aantal zetten komen we in de volgende stelling terecht:
Echter, ik wachtte te lang met deze ruil van torens waardoor ik in een veel lastiger eindspel terecht kwam. In de veronderstelling dat ik moest winnen voor een goed teamresultaat gaf ik het nog bijna weg, maar kon ik er op het eind nog een remise van maken: ½ - ½.
Vincent speelde met zwart op bord 6 een gesloten partij. We kwamen gelijkwaardig uit een Alapin opening.
Na wat stukken ruilen en wat doorzichtige dreiginkjes van beide kanten kwam er een stelling op het bord waar beide spelers de stukken niet meer konden verbeteren en geen voortzetting konden vinden. De partij verliep in evenwicht en we kwamen al snel remise overeen.
Joop speelde op bord 7 met wit een variant van het Engels waarbij zwart de Loper op b4 ruilt tegen het paard op c3. Met als idee dat de zwartveldige loper op c1 moeilijk tot ontwikkeling komt.
Dat pakte echter anders uit. In onderstaande stelling staat genoemde loper al een tijdje op a3 behoorlijk druk te geven tegen d6 en gloort er aan de horizon ook een koningsaanval tegen zwart.
Zwart speelt wit in de kaart door g6 te spelen.
En wanneer op zet 20 eindelijk c5 wordt gespeeld om de dreiging tegen d6 op te heffen speelt wit lekker Lc1 en blijft deze loper belangrijk, nu in de koningsaanval.
Na het onnauwkeurige Tg8 van zwart was het eigenlijk niet meer te houden en 9 zetten later ging wit mat.
Dan Sven met zwart op bord 8. Zijn tegenstander speelde Da4, pende een zwart paard op c6 en dreigde zelf Pe5 te spelen. Die dame uiteindelijk een pionnetje op de damevleugel oppeuzelen. Maar overleefde die rooftocht niet in werd ingesloten. Kat in bakkie?
Zwart staat hier gewonnen met een dame voor een toren en twee pionnen. De cruciale zet die hier gespeeld moet worden is de koning wegspelen uit de diagonaal met de toren zoals koning f7. Maar dit gebeurde echter niet er kwam: Kf6, Lh4, Kf7, Lxd8. Waarna zwart een toren verliest en de d pion niet meer te stoppen is tot promotie. Hierdoor was het niet meer te redden en moest ik uiteindelijk opgeven.
Hebt u meegeteld? Tussenstand 3,5 – 3,5. En alleen Jan nog aan het spelen op bord 5: ik schoof tegen het Scandinavisch mijn e-pion door naar e5. Hij kwam in een soort Franse doorschuifvariant waarin Zwart zijn loper buiten de keten heeft. Misschien niet de sterkste voortzetting voor Wit, maar ik kwam hiermee wel terecht in het soort stelling waarin ik me thuis voel. In het middenspel rokeerde mijn tegenstander kort. Een batterij van Dame en Loper en de verzwakte zwarte Koningstelling maakte een sterke koningsaanval mogelijk. Die koningsaanval resulteerde in een gewonnen eindspel. Een paar mensen vroegen zich af of Jan toen remise aan moest bieden, maar een blik op Jan leerde dat dat niet nodig was: geconcentreerd spelend in een steeds gemakkelijker gewonnen stelling. Zijn tegenstander rekte de strijd (Toren + Loper + pion tegen Toren) totdat Jan’s pion aan de overkant was en zwart zijn laatste toren moest geven.
Daarmee was de overwinning binnen. En bleken we uiteindelijk als 4e geëindigd te zijn! Na het pendelen tussen hoofdklasse en eerste klasse een duidelijk teken dat we een stuk sterker in de breedte zijn geworden! Wat heet: we zijn nog nooit zo hoog geëindigd en we staan in het linker rijtje 😊 Wel een raar verloop, wan t we hebben verloren van beide degradanten 😊
Rest me te zeggen dat dit maar een voorbode moet zijn voor komende seizoen, en de eindstand van de teams.
Peter